FB_IMG_1665092904420.jpg

\

 

YOUP

oktober 2022

Twee belangrijke pijlers waarop mijn muzikale carrière rust(te) zijn niet moeilijk te raden: Kayak en Youp van ’t Hek. Symfonische rock en cabaret, een zo op het oog uiterst merkwaardige combinatie, die beiden volstrekt los van elkaar en in een totaal ander veld opereerden en zelfs een soort tegenpolen vormen. Het verhaal van Kayak en mij is inmiddels redelijk bekend, maar hoe de samenwerking met Youp tot stand is gekomen, en vooral hoe die nog altijd voortduurt, is misschien ook wel aardig om te vertellen.

 

Nadat Kayak in 1981 voor de eerste keer uit elkaar ging, heb ik een aantal jaar gewerkt als studiomuzikant, oftewel: ik werd ingehuurd om te spelen op platen van anderen. De synthesizer was toen sterk in opkomst, en producers kwamen dan ook regelmatig bij mij terecht als ze dat instrument nodig hadden voor een productie. Soms waren ze stomverbaasd dat ik daarvoor gewoon beschikbaar was. “Goh, doe jij dat dan?” Ik zou niet weten waarom niet- het is tenslotte bepaald geen werk om op neer te kijken. Integendeel, zou ik zeggen, de meeste studiomuzikanten die ik ken zijn vaklui.

 

 

Ik, daarentegen, had wel mjjn ‘beperkingen’: zo was het snel lezen van noten en akkoordsymbolen- vereist om de opnames snel te laten verlopen- niet mijn sterkste kant en bovendien, wat ik ook speelde, het klonk meteen als Ton Scherpenzeel. Een echte studiomuzikant heeft meer aan de eigenschappen van een kameleon dan aan een te sterke herkenbaarheid. Ik had dat ook geen twintig jaar volgehouden.

 

Maar goed, ik sleepte mijn synths zo een paar jaar studio in en uit, en raakte in 1984 betrokken bij de opname van Youp’s 'Enige Echte Echtscheidings LP', waarop grappige teksten en wat serieuzere nummers elkaar afwisselden. De plaat werd geproduceerd door de vorig jaar overleden Bert Ruiter, die ook mijn solo album ‘Heart of the Universe’ had geproduceerd, en bekend is als bassist van Focus en Earth & Fire. Tijdens die opnames raakten Youp en ik aan de praat, hij was geen pop-kenner maar wist wel zo’n beetje wie ik was. Hij bleek op dat moment net op weg naar zijn eerste solo-voorstelling (‘Verlopen en Verlaten’)  en hij vroeg me of ik misschien wilde proberen daar muziek bij te maken. Nu had ik ooit wel eens de muziek gemaakt voor een Nederlandstalige musical voor Theater Arena in Gent (‘Playmate’) en een gedicht van Harry Mulisch op muziek gezet (‘Boezem’, Kayak) maar verder ging mijn ervaring in het toonzetten van Nederlandse teksten niet. Ik begon bij Kayak meestal met muziek, waar dan nog tekst bij moest. Maar het leek me wel interessant, niet wetende dat Youp nog geen vijf jaar later een grootheid in de Nederlandse cabaretwereld zou worden en vanaf dat moment- en tot op de dag van vandaag- louter en alleen voor uitverkochte zalen zou spelen.

 

Het klikte, maar het was wel even zoeken naar de juiste ‘toon’. In het begin zocht ik het nog in wat pop-achtige arrangementen- eigenlijk een beetje zoals de Echtscheidings-elpee. Dat bleek na een tijdje toch niet de juiste ‘jas’ voor Youp: hij komt uit het cabaret, en het gaat in dat genre nu eenmaal in eerste instantie om de tekst. Alle muziek moet daaraan dienstbaar zijn. In de popmuziek zijn een paar onverstaanbare woorden niet erg, maar diezelfde onverstaanbare woorden maken een liedje van Youp zinloos. Langzaam ontwikkelden we toch een eigen stijl, die bleek wel te werken. Youp voelde zich er prettig bij, en de samenwerking verliep tamelijk vlekkeloos. Soms sneuvelde er een liedje of een muziekje, maar dat hoort er bij: het is bij Youp essentieel of het past in een voorstelling. Werkt het niet naar zijn idee, dan komt hij bij me met honderdduizend excuses en de nadrukkelijke verzekering dat ‘het absoluut niet aan de muziek ligt, die is prachtig’, maar dan gaan we toch wat anders bedenken. Dat moet je vooral niet persoonlijk opvatten: Het is het risico van het vak. Ik gooi zelf ook vaak wat weg, alleen merkt niemand dat. En soms komt het idee, of het liedje, terug in een volgende voorstelling waarin het wel op zijn plaats is.

 

Heel veel overleg is er niet. Inmiddels (na meer dan 35 jaar) voelen we elkaar wel zo’n beetje aan, weten we wat we aan elkaar hebben en zijn de meeste woorden overbodig geworden.

 

De muziek stond in die beginjaren (en later heel af en toe nog) op tape. Het heeft 10 jaar geduurd voordat ik ook werkelijk live meespeelde. Dat gebeurde in de Oudejaarsconference 1995, samen met Rens vd Zalm (gitaar, viool, accordeon), Gerbrand Westveen (saxofoon) Marc Stoop (drums) en Lene te Voortwis (bas). Maar omdat Youp dat toch te druk vond worden op het podium, keerde hij terug naar slechts 1 enkele muzikant: dat werd multi instrumentalist Rens vd Zalm, die Youp daarna tijdens de meeste tournees begeleidde. Het gaf mij mooi de ruimte om ook andere dingen te doen en opdrachten aan te nemen- en uiteindelijk zelfs weer met Kayak te beginnen, want vijf keer in de week spelen- wat Youp toen deed- is natuurlijk een prettige bestaanszekerheid, maar betekent ook dat je agenda het hele jaar vol zit. Iets tijdrovends als Kayak was dan vrijwel onmogelijk geweest.

 

Bij gelegenheid of speciale projecten deden/doen er meer muzikanten mee (zoals Tom Barlage, het Matangi Strijkkwartet, Carel Kraaijenhof, Emmy Verheij, Izaak Boom, Christian Grotenbreg, Lotte Horlings en Ton Snijders), maar over het algemeen wil Youp de muzikale omlijsting zo spaarzaam en effectief mogelijk hebben. Als je niks te doen hebt, sta of zit je in het donker: je kunt in elk geval ongezien het podium verlaten. Het publiek moet niet door terugkerende muzikanten gaan denken: oh, daar komt weer een liedje. De muziek en de muzikanten vormen een integraal, organisch deel van de voorstelling. En daarbij: hoe minder toeters en bellen, hoe beter.

 

Vind ik dat jammer? Ja en nee. Ja, omdat ik graag uitpak en omdat een wat breder arrangement de liedjes m.i. beter tot hun recht laat komen. Nee, omdat ik begrijp waarom hij dat wil. Youp bedenkt en draagt de show en is uiteindelijk verantwoordelijk voor het totaal. Hij IS de show. Het is geen muziekvoorstelling. Hij moet zich op z’n plaats voelen in zijn eigen programma, zo simpel is het. Muziek en decor zijn dienend. Onmisbaar, denk ik, maar nog altijd in dienst van. Als je dat niet snapt, heb je er niks te zoeken. En het heeft mij weer geleerd om te zien waar het om gaat in een liedje.

 

Dat is meteen ook wat het begeleiden van Youp ook zo moeilijk maakt: op het moment dat de voorstelling ‘klaar’ is, dus na een fiks aantal try outs (waar menig topartiest al een hele tour aan zou hebben), is de muzikale vrijheid klein. Na vele honderden shows te hebben meegespeeld kan ik melden dat Youp’s timing fenomenaal en ongeëvenaard is. Maar dat houdt dus ook in, dat ook de muziek exact moet klinken zoals hij verwacht. Dat vereist opperste concentratie van de muzikanten, die weliswaar een lekkere avond kunnen hebben, maar nooit eens lekker ‘loos’ kunnen gaan zoals bijvoorbeeld met een rockband. Bovendien, met zo’n kleine bezetting van twee of maximaal drie man, hoor je ieder nootje, ook de foute. Er is geen muur van geluid waarachter je je kan verschuilen als het eens wat minder gaat.

 

Voor Youp is concentratie ook essentieel: hij lult ’s avonds een uur en drie kwartier achter elkaar uit zijn hoofd- ik had al problemen om drie simpele zinnetjes backing vocals bij Kayak te onthouden op teksten die ik notabene vaak zelf had bedacht. Eigenlijk kun je stellen dat het spelen bij Youp, wat op een avond misschien maar zo’n 20 minuten muziek maken betekent, niet minder vermoeiend en veeleisend is dan twee uur Kayak. Nieuwe ideeën graag bij de repetitie, niet tijdens de show. De voorstelling lijkt spontaan, en haast ter plekke bedacht, maar is dat niet. Bij vrijwel geen enkele cabaretier trouwens. Over elke lettergreep is nagedacht. Cabaretier Fons Jansen zei het ooit heel treffend: net zo lang oefenen tot het spontaan gaat.

 

Sommige mensen vinden dat Youp niet kan zingen. Daar ben ik het niet mee eens. Hij heeft natuurlijk geen mooie zangstem- hij zal de eerste zijn om dat te beamen- maar hij weet een liedje wel te brengen. Hij heeft een ook zeg maar aparte vorm van muzikaliteit. Sommige melodielijnen leert hij nooit, en andere, naar mijn idee veel lastigere, zingt ie dan, tot mijn niet geringe verbazing, weer in een keer weg. En, heel bijzonder: hij zingt vrijwel nooit vals. Ik ken ze wel anders, ook professionele zangers. Ik vind het persoonlijk wel enigszins jammer dat Youp zelf de laatste jaren liever spreekt (“vertelt”) dan zingt in de liedjes. Ik bedoel, ik bedenk toch een melodie, die het publiek vervolgens moet zien te raden. Hier en daar pakt Youp die melodie dan wel weer op, maar toch. Ook daar geldt: de muziek is dienstbaar aan de tekst. En zijn ritmegevoel heeft ook meer met timing te maken dan met de maat: zelden heb ik me zo verwonderd over iets als zijn volstrekt uit de tel meetikken van zijn voet tijdens een wat meer uptempo liedje- en dan toch, ongelooflijk maar waar, perfect in de maat zingen.

 

Er is in die jaren veel gebeurd. Vooruit, een anekdote dan- hoewel ik toen het gebeurde wel door de grond kon zakken en de lol erover pas weken later kwam. Het was tijdens ‘Omdat de Nacht’, een tournee die ik vrijwel volledig heb meegemaakt, dus zo’n pakweg 220 shows. Dat is veel. En dan kan het wel eens dat de concentratie verslapt. Tijdens zo’n voorstelling zijn er soms wel eens twintig minuten of meer waarin de muzikanten niets te doen hebben. Omdat we in het donker zitten, kan je ongemerkt weggaan en weer terugkomen als het zo ver is. Zo gebeurde het dus dat ik tussen twee nummers rustig naar de foyer in Carré liep om even een krantje te lezen in de veronderstelling dat daar wel tijd voor was- alleen: ik had moeten blijven zitten omdat er slechts een paar minuten zaten tot het volgende liedje.

 

Ik zit dus, mij van geen onraad bewust, rustig boven met een kopje koffie en hoor via de speakers tot mijn afgrijzen Youp’s cue: …”de liefde…” en op dat moment had ik dus moeten inzetten op piano. Ik ben zo snel als ik kon naar beneden gestormd, trappen af, podium op, richting de piano (dat was toch gauw 150 meter). Daar stonden mijn collega’s al in paniek te wachten waar ik in godsnaam bleef, want ook zij konden niet beginnen zonder mij. Als excuus legde Youp tijdens het pijnlijke wachten op de pianist aan het publiek even uit, dat ik waarschijnlijk ‘zijn rijbewijs aan het zoeken was’- in die periode was Youp hem namelijk kwijt.

 

Maar het ergste was nog: mijn opkomst gebeurde in het volle licht terwijl iedereen (zaal, Youp, collega’s, techniek) wachtten op de dingen die komen gingen. Welnu, ik kwam, overduidelijk veel te laat, met mijn handen vooruit het podium oprennen, op weg naar het klavier. Ik kan in ieder geval zeggen dat ik ooit een vol Carré aan het lachen heb gemaakt, en dat is maar voor weinig muzikanten weggelegd. Natuurlijk heeft Youp me nog lang fijntjes aan dit bijzondere voorval herinnerd.

 

Wat een fenomeen, die van ’t Hek. Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik hem destijds stomtoevallig heb ontmoet, en trots dat ik 25 voorstellingen later nog altijd al die liedjes mag (mee-)schrijven. Een nummer als ‘Meneer Alzheimer’, of ‘Niemand Weet Hoe Laat Het Is’ (1989), waarmee Youp al jarenlang iedere voorstelling afsluit. Gezien zijn indrukwekkende tourlijst zal dat laatste toch zeker wel een van de meest gespeelde nummers zijn in de Nederlandse theaters, ooit. Sowieso- dat mijn muziek avond aan avond door een volle zaal (van het kleine Pepijn tot het grote Carré) wordt beluisterd- dat alleen al is voor iedere componist toch een soort natte droom. Natuurlijk, het publiek komt voor Youp. Maar dan nog. 

 

Momenteel speel ik drie a vier keer in de week in de Nederlandse en binnenkort ook Vlaamse theaters, samen met Rens vd Zalm. Eind december word ik ‘afgelost’ door Ton Snijders, die het dan een paar maanden overneemt, daarna ik weer, enzovoort. Volgend jaar, het laatste theaterjaar voor Youp, en ik vermoed stilletjes ook het mijne, doen we alle drie mee. En met het grootste plezier. Met een toegewijd team achter de schermen dat meer dan ooit op elkaar is ingespeeld en het goed met elkaar kan vinden. Youp heeft voor mij ongelooflijk veel betekend. En ik heb het nog altijd goed bij hem. Tot in mei 2024, zes weken Carré, stijf uitverkocht. Het kan beroerder. En daarna? Ik geloof zeker niet dat Youp nog grote tournees gaat maken. Maar het zou me niet verbazen als hij toch nog met een plannetje komt.

 

De vraag wordt wel eens gesteld: Geen zin meer om als ‘jezelf’ of met je eigen band op het podium te staan, en niet als begeleider? Hoe leuk ook, die Youp, maar het is en blijft begeleiden en op de achtergrond blijven, terwijl je zelf zoveel hebt gedaan en misschien nog hebt te bieden.

 

Ik ben gestopt met touren met Kayak. Ik heb dat ruim een half leven gedaan, maar die periode ligt om velerlei redenen- waarover een andere keer meer- echt definitief achter me.  Ik blijf sowieso mijn eigen muziek maken (ook bij Youp is dat trouwens mijn eigen muziek) en werk aan minstens één volgend solo album. Maar de ambities zijn wel wat bijgesteld. De wereld veroveren zit er niet meer in, en een nieuwe groep beginnen staat niet erg hoog op mijn agenda- hoewel dat best leuk zou zijn, om zo mijn solowerk wat meer vorm te geven. Maar ik weet wat er voor nodig is om zoiets op te zetten en vooral op de rails te houden.

 

Ga ik het niet missen? De vele mooie momenten, absoluut. Daarom: mooi geweest!

20221129_192149-01.jpeg