Translate with Google

WHAT'S IN A NAME

oktober 2017

 

(deze blog verscheen eerder als Column in het tijdschrift IO-Pages)

 

Een tijdje terug schreef ik over het fenomeen van de tegenwoordig steeds frequenter opduikende cover- en tribute bands, en onderstaande is daar eigenlijk een soort van vervolg op. Binnenkort hopen we namelijk met Kayak ons zeventiende album uit te brengen, en wat er verder ook van gevonden gaat worden- een ding weet ik zeker: veel mensen gaan (weer) roepen dat dit geen Kayak (meer) is. Wat het dan wel zou zijn, wordt niet helemaal duidelijk, maar goed. Het is ook niets nieuws, dit overkomt ons al een jaartje of 40. Maar echt wennen doet het niet.

Het is een vreemde discussie. Ik moet een ding toegeven: de grens tussen originele bands en de tribute versies wordt in veel gevallen steeds vager door het toenemende verloop van bandleden. Maar ja, welke band van naam speelt nog wel in de eerste bezetting? Ik zou het niet weten. In het geval van Kayak zit er nog maar een oorspronkelijk lid in de groep (inderdaad, ondergetekende). Maar waar ligt die grens dan precies? Wie moeten er nog in een band zitten om geloofwaardig te blijven? Heel objectief gesproken was Kayak met de vervanging van bassist Cees van Leeuwen door Bert Veldkamp in 1975 Kayak al niet meer. Maar dat deed er kennelijk niet zo erg veel toe. Ook het vertrek van drummer/medecomponist Pim Koopman, een jaar later, maakte vreemd genoeg nauwelijks iets los (n.b., dit was wel ruim voor het internet tijdperk). De eerste serieuze protesten kwamen eind 1978, toen zanger Max Werner zijn microfoon aan de wilgen hing om te gaan drummen en diens plaats werd ingenomen door Edward Reekers met twee extra zangeressen. Voor velen betekende dit de genadeslag voor Kayak- merkwaardig genoeg echter beleefde de band juist daarna haar grootste commerciele successen. Er haakten zeker fans af maar er kwamen er ook (en veel meer) bij, die de vorige bezetting eigenlijk maar een tikkeltje vreemd vonden.

Het wisselen van de wacht is bij Kayak daarna nog veel vaker gebeurd, en inmiddels zijn er al meer bandleden geweest dan er albums zijn verschenen. Het aantal leadvocalisten, dat sinds de oprichting al of niet in vaste dienst heeft meegezongen bedraagt niet minder dan dertien, als ik goed geteld heb. Mijn conclusie is, dat iedereen een eigen ideaalbeeld heeft van de groep, dat veelal afhankelijk lijkt van het ‘instapmoment.’ Was je in 1974 een jaar of zestien? Dan blijft Max Werner de beste zanger ooit. Ware Bart Schwertmann- onze huidige vocalist- er toen bij geweest, dan had diezelfde Max als nieuwkomer in 2017 vermoedelijk geen schijn van kans gehad. Ik vergeet het nooit: Kayak met een leadzangeres, nou, dat kon echt niet rond 2005- een aantal hardcore fans snapte werkelijk niet waar we mee bezig waren. Toen diezelfde zangeres de band drie jaar geleden verliet, draaide de Kleenex fabriek echter overuren, en was Kayak (alweer) Kayak niet meer. Het waren alleen andere fans die dat vonden dan degenen uit 1978. U snapt het: alles is relatief, zo ook de bezetting van een band. En zeker die van Kayak.

Hoewel het de aanleiding is voor dit stukje, beperkt het verschijnsel zich uiteraard niet tot mijn eigen band. Integendeel, met het verstrijken der jaren en het om allerlei redenen uiteenvallen van groepen zien we het overal gebeuren. Zo toeren er tegenwoordig twee versies van Yes- waarbij de ’fans’ vaak sterk doen denken aan supporters van twee rivaliserende voetbalclubs. Dat Brian May het ooit gewaagd heeft om na Freddy Mercury’s dood toch door te gaan met Queen wordt door sommigen als een soort heiligschennis gezien. Het is een dilemma- als Paul McCartney en Ringo Starr the Beatles weer op zouden richten met twee vervangers voor John en George, ja, dat zou toch raar zijn. De Stones met een andere zanger? Hm, wordt lastig. Abba zonder Agneta en Frida? Ik zou er waarschijnlijk wel wat moeite mee hebben.

Maar Kayak? Kom op, zeg.  

Ton