VERDWENEN MUZIEK

 

oktober 2018

 

Hoewel mijn naam en bekendheid als componist voor een groot deel verbonden is met Kayak en Youp van ’t Hek, is merkwaardig genoeg het merendeel van mijn muzikale output daar niet heen gegaan. Zelfs gecombineerd halen ze niet de hoeveelheid muziek die ik voor jeugdtheater en familievoorstellingen heb geschreven, en dan met name voor Jeugdtheater Hofplein te Rotterdam. Ik ben de tel kwijt geraakt, maar ik kom toch wel aan zo’n voorstelling of 30, nog los van de stukken die ik ‘alleen’ gearrangeerd of ingespeeld heb. Dertig maal 45 minuten gecomponeerde muziek, rekent u maar uit. Ook voor Opus One mocht ik dat een keer of acht doen.

 

Het schrijven voor theater was voor mij in 1989 (toen ik werd gevraagd of ik muziek wilde maken voor een Hofplein-voorstelling getiteld Bolle Boos) nog bijna onontgonnen gebied. Zeker, ik schreef vanaf 1985 al wel voor Youp van ’t Hek, maar dat werk had toch nog weinig te maken met musicals zoals deze, waarbij de muziek dragend was voor de teksten en het verhaal, en zeker zo belangrijk.

 

Translate with Google

 

Nog afgezien van de artistieke benadering die iets heel anders van me vroeg dan wat ik daarvoor had gedaan, moest ik vooral wennen aan de vluchtigheid van het medium theater. Zowel bij Kayak als bij Youp werd alles wat gemaakt werd, ook vastgelegd en uitgebracht op CD- en in het geval van Youp, ook op video en DVD. Dat gaf een soort van geruststellende eeuwigheidswaarde aan mijn werk. Als de voorstelling of de tour was afgelopen, was dat er altijd nog- een tastbare herinnering. 

 

Maar bij Hofplein lag dat anders: pas vanaf 1991 werd besloten CD’s te maken van de liedjes van de voorstelling, en dan nog alleen de beste stukken: van de bijna 50 minuten muziek ging dus altijd nog meer dan de helft ‘verloren’ want er pasten slechts 20 minuten op die (single) CD’s. Bovendien was het niet haalbaar om meer op te nemen want de CD moest verkoop-klaar zijn voor de premieredatum, dus veel was nog niet helemaal ingestudeerd wanneer alles werd opgenomen. Die CD’s werden aan de zaal verkocht, in een oplage van zo’n 500 stuks. Op was op.

 

Als ik nu op Youtube of internet in het algemeen iets van die Hofplein-periode probeer terug te vinden, is dat een teleurstellende ervaring: er staat bijna niets meer op, en wat er dan nog te zien is, is van erbarmelijke kwaliteit. Dan heb ik het niet over de acteer- en zangprestaties maar over geluid en beeld. Ruim twintig jaar componeerwerk is vrijwel verdwenen. Foetsie.

 

Jammer? Ja, toch wel. Ik besef dat veel van de liedjes wellicht een betere uitvoering hadden verdiend (de meeste spelers waren tenslotte amateurs tussen de 8 en 18 jaar oud, en hadden amper tijd gehad zich alles eigen te maken) maar soms was ik echt blij verrast door een jong talent dat er boven uitstak en zich moeiteloos door mijn lang niet altijd even makkelijke melodietjes wist te worstelen. Ook deden er regelmatig professionele acteurs en zangers mee. Loes Luca, Frits Lambrechts, Joris Lutz, Joep Dorren en Don van Dijke zijn zo een paar namen die me te binnen schieten. Die tilden het niveau aardig op en voor een componist is dat lekker. 

 

Soms werden er ook schrijvers van buitenaf aangetrokken zoals Youp van ’t Hek, Harrie Jekkers en Koos Meinderts, Bruun Kuijt. Ja, ik heb zelfs nog liedjes gemaakt met Jules Deelder, je gelooft het niet. Die liedjes waren helaas niet de beste, dat geef ik grif toe. Jules en ik hadden niet echt wat je noemt een ‘klik’. 

 

Ik benaderde het schrijven en opnemen voor Jeugdtheater Hofplein niet anders dan anders: van elk liedje, elke musical weer probeerde ik iets moois, iets aparts, iets eigens te maken. Eigenlijk maakte het me ook niet uit of het nu kinderen van 10 waren, of volwassenen die zouden zingen: elk nummer moest goed zijn. Ik ging nooit op mijn knieën omdat het de leerlingen wellicht boven hun pet ging. Daarmee heb ik de minder getalenteerden wellicht slapeloze nachten bezorgd (of hun ouders, sorry daarvoor) maar ja, het was de enige manier waarop ik kon werken en er ook nog lol houden. 

 

Natuurlijk was ik ook afhankelijk van de aangeleverde teksten. Vaak was dat dik in orde, maar uiteraard werd ik niet van elke tekst die ik onder ogen kreeg even enthousiast. Tijd om er erg aan te sleutelen was er bijna niet. Meestel lag er tussen het script en de premiere zo’n drie maanden, dus over het algemeen deed ik het met wat ik aangereikt kreeg. Slechts zelden moest ik aan de noodrem trekken en vragen om een betere versie omdat ik met een bepaalde tekst niets kon aanvangen.

 

Rond 2012 was het voorbij, de artistieke staf viel langzamerhand uiteen en de regisseurs namen hun eigen mensen mee waarmee ze wilden werken. Prima, zo gaat dat, nieuw bloed en zo, en eigenlijk was het wel mooi geweest, vond ik. Achteraf net op tijd, voordat de sleet er ook bij mij in zou komen. Want dat dat ging gebeuren voelde ik al wel een beetje aankomen. 

 

Nogmaals, het blijft jammer dat er maar zo weinig van is overgebleven- althans, het is nauwelijks te traceren op internet en dat is tegenwoordig zo’n beetje de maatstaf. Als je daar niet te vinden bent, besta je niet, zo kunnen we het wel samenvatten. Er zijn CD’s, zeker, maar wie draait die nog? Gelukkig staat veel nog gegrift in het geheugen van de spelers, de ouders, en het publiek.

 

Ton

 

PS- voor wie nieuwsgierig is en nog wat wil horen uit die tijd plaats ik op de FYEO-pagina van deze site af en toe wat liedjes. Maar pas op: verwacht geen Kayak. Het is muziek, gemaakt voor een familie-voorstelling, en veel daarvan moet je ook in die context horen. Toch zijn er heel wat liedjes en uitvoeringen waar ik nog steeds met enige bescheiden trots en be-/verwondering naar kan luisteren.