Translate with Google

GEHEUGEN

Ik kan me nog goed herinneren dat ik het heel vreemd vond dat John Lennon ooit zei dat hij van bepaalde Beatles-nummers niet goed meer wist op welk album die nou precies stonden. Dat kon ik me volstrekt niet voorstellen. Dat je dat allemaal, oud en der dagen zat, niet meer paraat hebt, oké. Maar Lennon zei dat, toen de Beatles nog niet eens zo lang uit elkaar waren, ergens midden jaren zeventig. Ik bedoel, de man heeft zoveel geschreven dat zo ongeveer in het genetisch materiaal is gebrand van onze generatiegenoten, maar zelf moest hij nog wel even nadenken of dat nu van Sgt. Pepper’s was of the White Album. Wonderlijk. Hij vond dat kennelijk toch minder belangrijk dan zijn fans.

Nu overkomt me dat zelf- niet dat wat ik heb geschreven een hele generatie heeft gevormd, maar dat ik niet meer weet wat ik wanneer en waarvoor heb geschreven. Het begon een jaar of tien geleden, zo al niet langer.

Soms wordt je gevraagd of je die of die muziek nog hebt- ik heb tientallen musicals voor jeugdtheater en dergelijke geschreven, en dan wil iemand of een organisatie dat nog eens uitvoeren. Dan zoek ik de namen van die voorstellingen, en die weet ik dan nog wel. Maar vervolgens staan daar een hoop titels van liedjes en muziekjes onder, waarbij er steevast een aantal zitten waarvan ik wéét of léés dat ik er muziek voor heb geschreven, maar waarvan ik werkelijk geen idee meer heb hoe het ook alweer klonk.

Als ik dan de tekst lees van het betreffende liedje, komt me dat dan meestal wel bekend voor, maar ik kan daar dan vaak nog absoluut geen melodie meer van reproduceren. Goede kans dat als ik die tekst opnieuw van muziek zou moeten voorzien, dat er heel wat anders uit zou komen.

Wanneer ik het nummer dan afluister, herken ik het meestal wel. Maar zelfs dát niet altijd. Ik hoor aan de stijl van componeren dat ik het ben (of was) maar kan me werkelijk niet meer herinneren dat ik het heb geschreven.

De leeftijd, dat is de meest voor de hand liggende verklaring. De harde schijf zit na 65 jaar gewoon af en toe vol, en dan vindt er een soort van selectie plaats: dit gooien we weg en dit bewaren we. Het speelt misschien wel een rol, maar dat is het niet alleen. De meeste dingen die ik bij dat soort opdrachten schrijf (of schreef), waren eenvoudig niet bedoeld om te onthouden of om later te gaan spelen, en zo benaderde ik het ook.

Zodra ik het klaar had, kon het uit mijn systeem, zeker waar het wat minder opvallende of belangrijke stukken ging. Dat gebeurde dan ook. Na het afleveren van de muziek hoorde ik het hooguit nog een paar keer bij de voorstelling die ik als componist nog eens bezocht, maar daarna was het weg. Sommige mensen vinden dat vreemd, maar je weet als muzikant ook niet alle zalen meer waar je gespeeld hebt, en van de optredens zelf verdwijnt zeker 98% uit je geheugen- wat overblijft zijn de bijzondere momenten, die je dan weer koppelt aan plaats of tijd.

Zo ongeveer moet dat John ook zijn vergaan. Na 1966 speelde de band ook nooit meer live- op een sessie na boven op het EMI gebouw- dus voor hem was er ook niet de noodzaak om al die nummers te blijven luisteren en te oefenen. Wij als fans vonden die liedjes belangrijk en zouden dan ook nooit vergeten in welk jaar of op welk album ze verschenen. Had hij het geschreven en opgenomen, dan ging hij verder. Voor de fans begon het dan pas.