Translate with Google

GEEN 'ACHTTIEN'

oktober 2019

 

Recentelijk heb ik via Facebook (nog altijd het beste middel om je nieuws snel te verspreiden), alsmede hier en daar in een interview, laten vallen dat het de bedoeling is dat Kayak in 2020 met een nieuw album komt. Dat gaat zeker geen ’18’ heten, hoewel een aantal fans het verwachte album alvast zo gedoopt lijken te hebben. Logisch, maar voor ons iets te makkelijk. ‘Seventeen’ was zo genoemd niet alleen omdat het het zeventiende album was, maar ook was het de intentie om er in 2017 (op 17 oktober) mee te verschijnen. Daar ging een streep doorheen omdat we onverwachts een plantencontract konden afsluiten met InsideOut Music. Voor hen kwam oktober 2017 te vroeg wegens andere reeds geplande releases. 

 

Toen ik dat voornemen meldde op Facebook kwamen er diverse suggesties voor een titel, al of niet grappig bedoeld. Dat is niet echt nodig. De titel is er al, alleen die maken we nog niet bekend. Straks komt er in de tussentijd een band met hetzelfde idee die niks van onze beoogde titel wist, en dan moet je toch weer bedenken wat je daar nu weer mee aan moet. 

 

Hoe ver zijn we? Nog niet zo heel ver, maar het begin is er en alle band-leden zijn nu hard bezig om zich het materiaal eigen te maken. Er liggen minstens zestien nummers klaar, waarvan er enkele zullen moeten afvallen omdat de CD dan weer te lang zou gaan duren. En voor een dubbel CD is even geen budget, los van de vraag of dat een zinvol idee is. Ik lees de recensies al: leuk maar te lang, het had best op 1 CD gekund.

 

 

Heel belangrijk: de toonsoorten. Die zijn min of meer uitgezocht. Ik schrijf niet altijd meteen in de goede toonsoort maar in eerste instantie alleen in een ligging waar ik mij als demo-vocalist comfortabel bij voel- ook al is dat soms niet te horen. Bovendien schrijf ik, als componist die de piano als uitgangspunt heeft- vaak een nummer in een bepaalde toonsoort omdat dat gewoon lekker ligt op de piano. Dan moet dat later vaak worden aangepast naar voor toetsenisten onhandige keys als Fis of Cis majeur, maar ja, dat is nu eenmaal zo. 

 

Ruthless Queen spelen we al een aantal jaren in E, omdat Edward Reekers’ bereik in de loop der jaren iets was gezakt. Het stond in F, oorspronkelijk. Grappig is wel dat ik dat nummer nooit zou hebben geschreven als dat in E had gemoeten omdat het vingertechnisch niet prettig speelt, met name het beginloopje met die omspeling. Hoewel ik het liedje na 40 jaar inmiddels geblinddoekt, vastgebonden, ondersteboven en achterstevoren kan spelen, moet ik bij dat intro altijd opletten sinds het in die toonsoort wordt uitgevoerd. Een slippertje is echt zo gemaakt en dat klinkt toch wat lullig voor iemand die het al zo lang speelt.

 

Mijn demo’s zijn klaar- de meeste toetsenpartijen, voor zover daar geen akoestische versies van nodig of voorhanden zijn, staan op de harde schijven (vroeger zeiden we: op de band), en nu is het wachten op de invulling door de andere groepsleden. Al sinds ‘Close to the Fire’ is dit een kwestie van track voor track, stem voor stem, instrument voor instrument (weder-)opbouwen. De laatste plaat waar de band samen iets inspeelde was Merlin (1981). En zelfs toen betekende ‘samen’ alleen maar: drums, piano en bas. Alle andere partijen zijn overdubs. Met dit verschil dat die meestal in dezelfde studioruimte plaatsvinden met een of meer andere band-leden aanwezig. Gewoonlijk wel in de bar of foyer, moet ik daar aan toevoegen.

 

Meestal zien de band-leden elkaar amper tijdens de opnames. Dat is niks bijzonders sinds de computer zijn intrede deed in de muziek, de meeste studio-producties ontstaan op die manier. Veel partijen worden ook gewoon ‘thuis’ gedaan omdat iedereen wel over een redelijk goede opnamemogelijkheid beschikt. Ik stuur een ‘kale’ versie naar gitarist of bassist, die vervolgens aan de hand van mijn wensen en aanwijzingen hun bijdrage leveren. Nee, niet zo gezellig maar wel een stuk efficiënter dan in een dure studio de klok de euro’s zien wegtikken. Kayak verkoopt geen miljoenen platen en moet dus op de kleintjes letten. Ook zit niet iedere gitarist er op te wachten dat iemand hen op de vingers kijkt tijdens het opnemen- gewoon zelf net zolang pielen tot het naar ieders zin is verdient vaak de voorkeur. Het levert ook verrassingen op, dus voor beide werkwijzen valt iets te zeggen.

 

Drums worden wel altijd in een ‘echte’ studio opgenomen. Ik heb zelf niet de faciliteiten noch de technische know-how om een en ander goed te doen. De zang gebeurt tenslotte vaak verspreid over verschillende lokaties. Het is niet de eerste keer dat een demo-versie, even snel thuis opgenomen, uiteindelijk gewoon gebruikt wordt.

 

Wanneer hopen we klaar te zijn? Nou, morgen natuurlijk, maar de praktijk zal zijn dat het nieuwe album ergens halverwege het volgend jaar verschijnt. Voor of na de zomer, dat hangt eenvoudig af van de vorderingen, hoe de promotionele mogelijkheden zijn en of cq wanneer er een ondersteunende tour kan worden georganiseerd.

 

En welke kant gaat het op, muzikaal, hoor ik u vragen. Wordt de koers van iets hardere progressievere rock, die we vorige keer schijnen te hebben genomen, aangehouden? Ik zeg nog even niks. U merkt het allemaal wel. We doen weer gewoon waar we zin in hebben, met ons hart en zonder enige berekening. Dat deed Kayak in 1973 al, en dat doen we nog steeds. Dan mag iedereen er weer wat van vinden, vergelijken met vroeger en er een labeltje op plakken!