Translate with Google

DINO

 

(november 2017)

Toen ik onlangs op Facebook een foto’tje plaatste waarop ik een uitklaphoes van een dubbel LP in de hand had (een Kayak 2LP, om precies te zijn, met daarop alle A en B kanten van de singles 1973- 1981), was ik verbaasd over het aantal reacties. Ik had het album opgestuurd gekregen van Universal, en wist tot dat moment niet eens dat ‘ie al lang en breed in de winkels lag.

De meeste respons krijg ik meestal op (zelden door mij gepubliceerde) echt persoonlijke posts, kinderen, zoveel jaar getrouwd, of leuk (bedoelde) anekdotes of plaatjes of gewoon onzin. Wanneer het serieuze informatie betreft over wat ik doe, is die beduidend minder massaal.

Ik deed de foto vergezeld deed gaan van de opmerking dat ik nu alleen nog een platenspeler nodig had om hem te kunnen draaien. Kletskoek natuurlijk. Ik heb een platenspeler, alleen is die niet aangesloten want ik draai geen platen. Bovendien beluister ik mijn eigen of Kayak-werk alleen wanneer het nodig is- dus ter controle, of wanneer er iets ingestudeerd moet worden. Van bezorgde ‘vrienden’ kreeg ik minstens vier platenspelers aangeboden, al of niet gratis over te nemen. Iemand stelde voor om hem die LP dan maar toe te sturen als ik er dan toch niets aan had, het adres zou hij wel geven in een prive-bericht. Ik weet nog steeds niet of dat een grapje was.





 


 



Tegelijkertijd begon er tussen reageerders een discussie los te barsten over het voor en tegen van CD of vinyl. Tamelijk voorspelbaar, maar daarom niet minder hartstochtelijk, Kraakjes en tikjes wogen voor vinyl-adepten niet op tegen voordelen van de warmte van het geluid. Voor de CD-fans dus juist weer wel. Ok, leuk, zo’n grote hoes, maar als je iedere 15 minuten op moet staan om zo’n LP om te draaien, komt dat het luisterplezier toch niet ten goede.

Ik reageerde op een van de discussies door me af te vragen, of de LP ook zoveel succes zou hebben gehad wanneer de CD als eerste was uitgevonden. Zonder het nostalgische element dus. Zou men dan ook denken dat die tikken en kraken er niet toe deden, omdat het geluid zoveel warmer was? Ik vraag het me af. Ik denk dat de industrie er niet eens aan begonnen was, om zo’n kwetsbare uitvinding te ontwikkelen. Luistert u eens! Ja, sorry, het tikt wel en het kraakt, geachte koper. Maar warm dat het klinkt!

Het aantal reacties was zo groot, denk ik, omdat men in toenemende mate terugverlangt naar vroeger. De analoge, tastbare wereld van vinyl. Nostalgie. Zie de schier eindeloze rij tribute- en coverbands waar we mee worden doodgegooid: het zegt alles over het heden. Het verleden is verdwenen, dus doen we het nog eens dunnetjes over. Een heuse elpee met oud werk: daar lopen we dus wel warm voor.

Zo zijn er nog wat andere geluidsdragers geweest, in de loop der tijd. Een 8-track (in de auto van onze manager destijds, wat een raar onding), audiocassettes, mp3, en blue-ray bijvoorbeeld. En vast nog meer waar ik niks van weet, of wat ik nooit heb gehad. Ik bezit nog steeds een CD-speler uit 1985, die het prima doet. Mijn nieuwste computer is inmiddels een laptop van 9 jaar oud. Ok, de letter ’n’ ontbreekt al een tijdje, de Cd-drive werkt niet meer en het systeem zelf is duidelijk aan het eind van zijn update-latijn. Maar alle nieuwere modellen doen eigenlijk weinig meer of beter dan wat ik al had, heb ik gemerkt. Sterker nog, je raakt zelfs programma’s kwijt waar je graag mee werkte. Dus tja, dan stellen we de aankoop van een nieuwe gewoon nog even uit- maar je weet dat je er niet aan gaat ontkomen.

Eens in de zoveel tijd moet je aan een nieuwe- niet omdat het ding niet meer zou werken, maar omdat je computer nieuwe, zwaardere programma’s niet meer aan kan. Het ding is te traag geworden. Mijn Big Mac (een G5), inmiddels 11 jaar, functioneert nog steeds prima- hoewel internetten er al enige tijd niet meer op lukt. Maar het nieuwe Kayak album is gewoon nog daarop opgenomen. Niemand die hoort dat het geen Protools v.12 maar 7.1 was- eigenlijk antiek, zeg maar. Ik kan een nieuwe computer kopen, maar sommige geluiden en libraries, waar ik aan gehecht was, werken dan niet meer omdat die ook niet mee zijn gegaan in de wereld van updates en upgrades. Dus ik hou hem nog even, tot ‘ie uit zichzelf bezwijkt.

Voor mij is veel opnametechnische vernieuwing oude wijn in nieuwe zakken, waarbij je wordt gedwongen tot her-aanschaf door een handige industrie met iPhones die zijn geprogrammeerd om langzamer te gaan werken na twee jaar. En laat ik het dan ook maar even over keyboards hebben. Ik koop niet vaak nieuwe spullen. Hoe leuk ook, ik ga daar echt niet  beter van spelen of betere nummers schrijven. Elk keyboard dat ik heb heeft wel iets bruikbaars- nog steeds. Mijn oude D70 heb ik al bijna dertig jaar, maar hij is er een volgende show gewoon weer bij. Mijn laatste aanwinst is een Crumar Mojo 61- niets anders dan een goede hammond-orgel kopie, en zeker minder zwaar. Met de rest die ik meesleep (een Korg Triton, een Roland Fantom-8 en wellicht een Kurzweil 88 als extra piano) werk ik ook al jaren.

Mijn mobiel, ook zoiets: het is weliswaar een smartphone, maar ik doe er geen spelletjes mee, heb zelfs geen whatsapp (tot ergernis van mijn vrouw) en gebruik voornamelijk de bel- en sms-functie. O ja, google maps, als mijn tomtom het even niet meer weet.

Ik zie het nu zelf ook in. Ik ben gewoon een dinosaurus geworden, een fossiel, in deze snel veranderende wereld. Ik heb zelfs mijn FB account tijdelijk gedeactiveerd, merkende dat ik steeds meer moeite krijg met de toenemende tendens om altijd maar van alles te vinden en dat ook wereldkundig te maken ten koste van wie of wat dan ook. Alles en iedereen wordt beoordeeld, gewogen, en zo nodig genadeloos afgeslacht. Begin 2017 had ik een FB-akkefietje met een voormalig Kayak-lid, dat in een opwelling iets onnadenkends publiceerde over mij. Hoe hij dat later ook relativeerde, het kwaad was reeds geschied. Ik was duidelijk een meedogenloze lul, dat wisten velen nu zeker, en ze deelden dat graag met de rest van de meute.

Op hardhandige wijze werd mij toen goed duidelijk gemaakt, dat de beschermende buffer van tijd en afstand tussen mijzelf en ‘het publiek’ was verdwenen. Dat idee stoort me, belemmert me, en verpest het plezier in datgene, waarvoor ik juist of voornamelijk op deze wereld denk te zijn: iets maken wat er hiervoor nog niet was. Ik ben niet iedereen’s buurman die gezellig in een schuurtje zijn hobby uitoefent, maar iemand die zich met zijn muziek en teksten kwetsbaar opstelt. Soms lukt dat goed, vaak wat minder- ik weet dat zelf als geen ander, daar heb ik internet niet voor nodig.

Het schrijven van blogs via mijn eigen of de Kayak site is redelijk hufter-proof. De enige reacties die ik (graag) lees komen via de site-mail, wanneer mensen de moeite nemen mij iets te schrijven en hun woorden vermoedelijk drie keer nalezen voordat ze op ‘send’ drukken.

Leve de vooruitgang. Ik kruip toch maar weer even mijn ei in.

Ton