BEVRIJDINGSDAG.

 

Afgelopen 5 mei speelden we met Kayak op het bevrijdingsfestival in Groningen. Een enorm evenement met ruim 130.000 bezoekers. Die waren niet allemaal voor ons gekomen, OK, maar we stonden er toevallig wel, ja! Verdeeld over maar liefst zes podia speelden allerlei artiesten, bands en hiphoppers zichzelf en het publiek warm. Het was goed georganiseerd, wel wat nat en koud (piano spelen bij 6 graden is absoluut een uitdaging) maar leuk om weer eens zoiets te doen- wij spelen namelijk zelden op festivals omdat ondergetekende in de zomermaanden elders vertoeft.

 

Toen ik de line up van het festival eens bekeek, viel mij tenminste een ding op: ik kende van alle optredende acts (en dat waren er vele) er niet één. Nou ja, van een bandje, MyBaby, had ik wel eens vaag gehoord, maar kennen, nee. Op de twee hoofdpodia stonden voornamelijk rappers en hiphoppers hun ding te doen. Wat het verschil is tussen die twee zou ik niet weten, maar ik heb me er dan ook nog nooit in verdiept. Na 5 mei besloot ik dat ook maar zo te houden. Een echte bevrijdingsdag, dus.

 

Toen we aan kwamen rijden bij het hoofdpodium dacht ik dat er iets mis was met mijn auto, maar nadat ik was uitgestapt om onder de motorkap te kijken bleek het lawaai veroorzaakt te worden door de bas van de dienstdoende rapper/hiphopper. Deze takkeherrie had tot gevolg dat ik reeds na enkele minuten mijn nieren achter in mijn keel terugvond en mijn knieschijven spontaan een kwartslag draaiden. Soms riep (of rapte?) daar een stoer gesticulerend mannetje iets volstrekt onverstaanbaars doorheen, wat door de menigte op het veld tot mijn stomme verbazing met groot enthousiasme ontvangen leek te worden. Er kwam op dat enorme podium, waar met gemak drie orkesten hadden kunnen staan, geen muzikant aan te pas: alles wat je hoorde stond gewoon op een usb-stick. Ik snap wel dat ze in veel te dure auto’s rijden met veel te dure rolexen om hun pols: de gages zijn astronomisch hoog en de onkosten minimaal.

 

Ik kreeg direct diepe bewondering voor de muzikaal geteisterde dienstdoende beveiligers en hulpvaardige regelaars die daar de hele dag doorbrachten, en ons toen wij ons daar meldden boven het lawaai trachtten uit te leggen waar we precies wél moesten zijn. Niet bij de twee hoofdpodia, dat was ons al wel duidelijk: die locaties waren bestemd voor een andere categorie, een andere generatie, een toekomst waar wij al geruime tijd geen deel meer van uit maken. 

 

Misschien moet ik verdere cynische opmerkingen verder ook maar achterwege laten, want ik hoef het ook niet goed te vinden: het is namelijk niet voor mij bedoeld. Ik hoef het niet te begrijpen, voor zover er al iets te begrijpen valt. De tijden zijn veranderd, de massa wil geen ploeterend bandje meer zien met gedreven muzikanten en eigen muziek. De grote voorbeelden en tegelijk grootverdieners van nu zijn Li’l Kleine, rapper Boef, Ollekebolleke Rebusolleke of hoe die man ook mag heten, en ene Kraantje Pappie (die de hoofd act was in Groningen). Daar helpt geen lieve moeder aan. Ze zeggen wel eens: elk volk krijgt de regering die het verdient. In muziekland is dat al niet anders: elk publiek krijgt de artiesten die het verdient. En wie ben ik om daar iets van te vinden? Ik ben hooguit blij dat ik in de jaren zestig en zeventig ben opgegroeid.

I'm a paragraph. Click here to add your own text and edit me. It's easy.

I'm a paragraph. Click here to add your own text and edit me. It's easy.